Vakantieplezier op de Deense Zuidzee-eilanden

Eigenlijk is Denemarken een eilandenrijk, dat slechts via het schiereiland Jutland is verbonden met het Europese vasteland. Van de meer dan 500 eilanden en eilandjes dragen 406 een naam en bijna 100 zijn naamloos. De kleinste krijgen alleen bezoek van vogels. Lange tijd was de veerboot de enige manier om je van eiland naar eiland te verplaatsen. Dat is nu verleden tijd. Moderne bruggen maken het land stukken toegankelijker. Economisch heeft dat grote voordelen, maar tijdens een vakantie kan het heerlijk zijn de klok even terug te zetten en Denemarken met de boot te doen. Hoewel op Ærø, Fanø, Samsø en Bornholm na tegenwoordig alle Deense eilanden via bruggen of een dam bereikbaar zijn, heeft Denemarken nog steeds een vijftigtal veren, waarmee u van eiland naar eiland kan hoppen. Een heerlijk avontuur waarbij, zon, zee en wind, regen of storm u steevast begeleiden.

Niet alleen de natuur en culturele bezienswaardigheden zorgen voor een onvergetelijke vakantie, maar ook de prachtige vakantiehuizen en appartementen aan zee maken dat u uw vakantie in Denemarken nooit meer vergeet.

Zoeken en boeken - vakantiehuizen op de Deense Zuidzee-eilanden:



Enkele van de vele eilanden die tot de prachtige Deense archipel behoren:

Als

In het zuiden van Jutland, vlakbij de Duits-Deense grens, ligt het eiland Als. Dit eiland is een van de meest weelderige regio's van Denemarken met prachtige bossen, heuvels en fantastische stranden in het noorden en zuiden van het eiland.
Waar u ook bent, de zee is altijd dichtbij en u kunt hier zwemmen, vissen, zeilen, surfen en duiken. Op Als vindt u drie grotere plaatsen, waarvan Sønderborg de eerste die u tegenkomt als u de brug naar het eiland Als bent overgestoken. Vanaf Als zijn er veerbootverbindingen met Jutland, Funen en Ærø.

Ærø

Ærø, ten zuiden van Funen, is nog een echt eiland. Dit betekent dat het uitsluitend per boot of door de lucht bereikbaar is. Het eiland dat 30 bij 9 km meet, bestaat uit weiden en akkergronden, bossen, heuvels, rotsen en wat strand. De drie plaatsen van enig gewicht zijn: vissersplaats Søby, het lieflijke hoofdstadje Ærøskøbing en de havenstad Marstal. Sinds de ijstijd is het eiland bewoond geweest. Sporen van prehistorische bewoning zijn overal in de velden en op de stranden ontdekt. De moderne tijd heeft zijn intrede op Ærø gedaan met de invoering van wind- en zonne-energie. De op vier na grootste zonnecollector ter wereld staat hier.

Langeland

Dit eiland is niet alleen met de boot te bereiken. Een dam van 1600 m voert van Tåsinge naar het eilandje Siø. Na Siø volgt nog een stukje dam, dat omhoog loopt naar de hoge Langelandsbroen, een boogbrug van 1700 m. Langeland maakt met zijn 50 km lengte zijn naam waar. Het heuvelachtige eiland staat bekend als dat van de 15 windmolens ( niet alle zijn behouden), 15 dorpen en 15 parochies. Zijn lange kustlijn met goede stranden en een uitgebreid net van fietsroutes trekken sportieve vakantiegangers. Naast sportvissers en surfers komen hier ook duikers geïnteresseerd in onder waterarcheologie.

Lolland

Lolland ( Laagland) met een oppervlakte van 1250 km2, staat bekend als een vlak en saai eiland. Maar voor wie niet op zoek is naar steile kliffen of minder spectaculaire heuvellandschappen, heeft het lichtjes glooiende eiland beslist een en ander in petto. Voor gezinnen met jonge kinderen zijn er net als op Langeland de zandstranden ( zuidwestkust) en tal van attracties bij somber weer. Bovendien is het altijd mogelijk over de bruggen een excursie naar Falster of Møn te maken. Lolland vormt de eerste kennismaking met Denemarken die langs de Vogeltrekroute het land binnenkomt. Falster en Møn zijn de beide andere door bruggen verbonden eilanden, die meestal in één adem met Lolland worden genoemd en bezocht.
Lolland bezit een groot aantal kastelen en landhuizen. Het lage land leent zich uitstekend voor een fietsvakantie, maar dankzij zijn uitmuntende visstekjes is het ’t beste bekend onder sportvissers.

Falster

Langs de hele oostkust tot aan de zuidpunt, waar de vuurtoren van Gedser staat, liggen stranden. Deze maken het eiland Falster tot een aantrekkelijk vakantieoord voor gezinnen met kinderen.
Nykøbing Falster, de grootste stad van de drie eilanden, is het regionale koop- en cultuurcentrum van Falster, Møn en Lolland. Kunstgalerieën, handwerkwinkels en boetieks geven gezelligheid aan het middeleeuwse stadje. Wie meer wil weten over het verleden, kan terecht in het Middelaldercentret en Falsters Minder Museum die het verleden doen herleven.
De bekende familiebadplaats Marielyst die in de winter maar een honderdtal inwoners telt, dijt in de zomer uit tot een flinke badplaats met tienduizenden badgasten. Het badoord met zijn 30 km lange strand is in 1906 gesticht. Al rond 1600 haalde koning Christioan IV hier Hollandse specialisten heen om de talrijke (strand)meertjes droog te leggen.

Sommerland Falster bij Bøto is een attractiepark en zwemparadijs, dat prat gaat op zijn superwaterglijbaan, de langste ( 2x 100m) in Denemarken.

Møn

Hoewel het kleiner is dan Falster en Lolland, is Møn ongetwijfeld een van de meest on-Deense eilanden door zijn kust met de steil omhoog rijzende, witte krijtrotsen. Alom wordt gewezen op de voor Deense begrippen vreemde, afwijkende formaties, geologische en prehistorische plaatsen, bijzondere vogels en plantenwereld met orchideeën. Stranden en strandjes liggen bij Ulvshale, Klintholm Havn, Råbylille en Hårbolle. Het landschap trekt natuurvrienden, fietsers, surfers, zeilers hengelaars en aanhangers van ecologisch voedsel. In het oosten is het heuvelachtig. Op diverse plekken langs de kust heeft de natuur barnsteen of zeldzame fossielen achtergelaten. Het rijke cultureel erfgoed omvat bronstijd-grafheuvels, Herregården ( landhuizen), historische stadjes en kerken met middeleeuwse fresco’s in Elmelunde, de Fanefjord en Kelby.